Karel de Grote

 

  

 


vergroot


 

 
 


Karel de Grote ligt

begraven in de stad Aken.
 

 

 

 


vergroot  






 

 

 

Karel de Grote (742 - 814).

In 771 werd Karel de Grote koning.

Hij werd de koning van een volk in Frankrijk.


Karel de Grote voerde veel oorlog.

Hij voerde oorlog tegen de Saksen en de Friezen in het westen van Europa.

Hij voerde oorlog tegen de de islamieten in het zuiden.

En hij voerde oorlog tegen een volk in ItaliŽ.

Karel de Grote had succes.

Zijn land werd groter en groter.

En hij werd de leider van een groot deel van Europa.

 

In de tijd van Karel de Grote werden de Friezen en de Saksen christen.

Ze moesten wel.

Dat kwam door de politiek van Karel de Grote.

Karel de Grote was christen.

Hij dwong iedereen in zijn land om christen te worden.

Vaak werd daar geweld bij gebruikt.

Als mensen geen christen werden, konden ze worden vermoord.

Ze werden dan gedood met het zwaard.

 

In de tijd van Karel de Grote was de paus een belangrijk man.

De paus woont in Rome en hij is de leider van de kerk.

De kerk en de paus hadden veel macht  in de tijd van Karel de Grote.

De paus in de tijd van Karel de Grote heette Leo II.

Leo II had vijanden.

Hij werd gevangen genomen.

Maar hij ontsnapte uit de gevangenis.

De paus ging naar Karel de Grote en hij vroeg Karel de Grote om hulp.

Karel de Grote hielp de paus.

Hij bracht de paus terug naar Rome.

Als dank werd Karel de Grote door de paus tot keizer gekroond.

Karel de Grote had nu nog meer macht.

Hij had de steun van de paus en van de kerk.

 

Het land van Karel de Grote was erg groot.

Hij kon het land niet alleen besturen.

Hij had hulp van andere mensen nodig om te helpen bij het leiding geven aan het land.

En om het land bij elkaar te houden.

Karel de Grote liet zich helpen door ridders.

Deze ridders werden leenmannen.

De leenmannen leenden een stuk land van Karel de Grote.

Zij kregen het bestuur over dat land.

En ze kregen een deel van de belasting die de mensen moesten betalen.

Maar ook de leenmannen konden hun gebied niet alleen besturen.

De leenmannnen lieten zich ook weer helpen.

Zij lieten zich helpen door achterleenmannen.

De achterleenmannen kregen ook een gebied om te besturen.

En een deel van de inkomsten uit dat gebied.

 

Karel de Grote liet overal in het land paleizen bouwen.

Hij reisde door het hele land.

In de paleizen praatte hij met de leenmannen.

En hij maakte afspraken met de leenmannen.

Hij maakte afspraken over het bestuur van het land.

 

In 1814 stierf Karel de Grote.

Hij stierf in zijn paleis in de stad Aken in Duitsland.

Zijn zoon volgde hem op en werd de volgende koning.

 

De ridders werden na de dood van Karel de Grote steeds zelfstandiger.

Ze werden grondbezitter.

Ook de achterleenmannen werden grondbezitter.

De ridders en de achterleenmannen gingen het land bezitten.

En na de dood van een leenman erfde een zoon het bezit.

De ridders en de achterleenmannen waren de nieuwe machthebbers.

Zij hadden de macht over het land en over de mensen die daar woonden.

Vaak probeerden de ridders hun eigen gebied groter te maken.

Daarom was er veel strijd tussen de ridders.

Een strijd die honderden jaren ging duren.