Max Havelaar (1860).

In 1839 was de Nederlandse regering de baas in IndonesiŽ, een land in AziŽ.

IndonesiŽ was in bezit genomen door Nederland.

Het land was een kolonie.

Nederlandse handelaren kochten in IndonesiŽ koffie, thee en andere  producten.

Zij kochten deze producten voor weinig geld.

Zij verkochten deze producten door met winst.

Zo verdienden de Nederlandse handelaren veel geld in IndonesiŽ.

De meeste mensen in IndonesiŽ verdienden weinig.

Ze moesten hard werken, maar bleven arm.

 

Eduard Douwes Dekker werkte in IndonesiŽ vanaf 1839.

Hij werkte daar tot 1856.

Toen nam hij ontslag en ging hij terug naar Nederland.

Eduard Douwes Dekker zag in IndonesiŽ veel misstanden.

Hij zag veel armoede.

Hij zag veel diefstal.

Hij zag veel corruptie.

 

Drie jaar later, in 1859, had Eduard Douwes Dekker een boek

geschreven over IndonesiŽ.

Het boek heette "Max Havelaar".

Eduard Douwes Dekker schreef over de misstanden in dat land.

Hij schreef over de armoede, de diefstal en de corruptie.

Veel mensen in Nederland lazen het boek.

En ze schrokken.

Zij lazen voor het eerst over de misstanden in IndonesiŽ.

Zij lazen over de armoede en over de corruptie in dit land.

 

Eduard Douwes Dekker gebruikte niet zijn eigen naam op het boek.

Hij gebruikt een schuilnaam.

Hij noemde zichzelf Multatuli.

 

Voor 1859 wisten mensen in Nederland weinig over het leven in een kolonie.

Als ze iets hoorden of lazen over IndonesiŽ, dan was dat positief.

Het boek Max Havelaar gaf een ander beeld, het beeld van een kolonie met veel misstanden.

Door het boek gingen mensen in Nederland nadenken over IndonesiŽ.

Ze gingen met elkaar praten over dit land.

Ze wilden dat de Nederlandse regering iets deed tegen de misstanden.

Ze wilden dat de Nederlandse regering het leven in IndonesiŽ verbeterde.

 

IndonesiŽ werd in 1949 een vrij land, 90 jaar later.