Het paleis in Amsterdam.

Amsterdam is in de Gouden Eeuw een bloeiende stad.

De stad groeit.

Nieuwe huizen worden gebouwd.

Nieuwe kerken worden gebouwd.

En er wordt een nieuw stadhuis gebouwd.

In 1648 begint de bouw van het nieuwe stadhuis.

Het nieuwe stadhuis mag veel kosten.

Het moet groot en mooi worden.

Amsterdam wil laten zien dat het een rijke stad is.

De grond in Amsterdam is te nat en te zacht voor een groot gebouw.

Gebouwen zakken weg  in de grond.

Daarom worden 13.569 palen in de grond geslagen.

Het nieuwe stadhuis staat op palen .

Deze palen dragen het nieuwe stadhuis.

Het gebouw  is klaar in 1665.

Het is heel mooi.

Maar het is ook heel erg duur.

Er is veel marmer gebruikt.

En veel schilders en beeldhouwers hebben het gebouw versierd.

 

Tot 1808 is het gebouw het stadhuis van Amsterdam.

Vanaf 1808 is het een paleis.