Gas uit Groningen (1959).
We gebruiken in Nederland gas om eten te koken.

We gebruiken gas om onze huizen in de winter te verwarmen.

En we gebruiken gas om water te verwarmen.

Ook de industrie gebruikt gas.

Denk maar aan de kassen.

In de kassen groeien bloemen.

In de kassen worden groentes zoals tomaten en paprika's gekweekt.

Deze kassen worden vaak verwarmd met gas.

Het gas dat wij gebruiken komt uit de bodem van Groningen.

 

Het gas in Groningen is gevonden in 1959.

Sinds 1959 gebruiken we steeds meer gas.

We gebruiken het gas thuis en in onze industrie.

We verkopen ook veel gas aan andere landen.

 

Vroeger gebruikten Nederlanders nog geen gas.

Ze gebruikten kolen als brandstof.

De kolen kwamen uit de mijnen in de provincie Limburg.

Mijnen zijn onderaardse gangen.

Mijnwerkers haalden de kolen uit de mijnen.

Dat was zwaar, vies en ongezond werk.

De kolen werden gebruikt om de huizen te verwarmen.

De kolen waren nodig om de treinen te laten rijden.

En ze werden gebruikt in fabrieken.

 

Sinds de komst van het gas zijn de mijnen in Nederland dicht.

Maar het gas in de bodem van Groningen raakt op.

Over ongeveer 25 jaar is er niet genoeg gas meer.

We moeten dan het gas kopen in andere landen.

En we moeten andere vormen van energie gaan gebruiken.

De zon en de wind geven ook energie.

Deze energie wordt nog maar weinig gebruikt.

Met de energie van de wind en van de zon kan ook elektriciteit worden gemaakt.

Met deze energie kunnen huizen worden verwarmd of kan worden gekookt.