De verzorgingsstaat:  Willem Drees (1886 1988).

In Nederland woonden voor 1940 verschillende groepen mensen.

Deze groepen leefden gescheiden.

Mensen uit de verschillende groepen hadden weinig contact met elkaar.

Er waren katholieken en protestanten.

Er waren socialisten en liberalen.

Nederland was verzuild.

 

Kinderen van katholieke ouders gingen naar een katholieke school.

Katholieken stemden meestal op een katholieke politieke partij.

Katholieken lazen een katholieke krant en luisterden naar de katholieke radio.

En sporten deden ze bij een katholieke verenging.

Ook protestanten en andere groepen hadden hun eigen televisie, sportclubs,

scholen en politieke partijen.

 

De verschillende groepen waren het vaak met elkaar oneens.

Iedereen dacht anders over de toekomst van Nederland.

Afspraken maken en regeren van het land was altijd lastig.

 

In 1945 was de oorlog met Duitsland afgelopen.

De koningin en de regering waren weer terug in Nederland.

Maar na 1945 was Nederland nog altijd verzuild.

De oorlog had Nederland veel geld gekost.

Nederland moest in de jaren na de oorlog weer worden opgebouwd.

Er moest hard worden gewerkt.

Er moest worden samengewerkt.

Nederland had niets aan een ruzie tussen katholieken, protestanten en de andere groepen.

 

De regeringen na 1945 werden geleid door Willem Drees.

In de regering werkten socialisten, katholieken en protestanten samen.

Samen regeerden ze het land.

Ze maakten afspraken die goed waren voor de toekomst van Nederland.

 

Willem Drees had voor de oorlog veel armoede en ellende gezien.

Hij had gezien wat armoede doet met mensen.

Willem Drees wilde niet dat die armoede terug zou keren.

Daarom ging zijn regering voor de mensen zorgen.

Mensen die niet konden werken, kregen recht op een uitkering.

 

Nederland werd een verzorgingsstaat.

Nederland ging zorgen voor ouderen, zieken en voor mensen zonder werk.

Werklozen kregen vanaf 1949 een uitkering.

Deze uitkering werd WW genoemd.

In 1956 werd de AOW ingevoerd.

Daardoor kregen alle mensen ouder dan 65 jaar een uitkering van de regering.

Later kwam ook de WAO voor mensen die door een ziekte niet konden werken.