De tweede Wereldoorlog: De Hongerwinter (1944 - 1945).

In de winter van 1944 en 1945 was het zuiden van Nederland bevrijd.

Het noorden van Nederland werd nog bezet door de Duitsers.

Het leven was erg moeilijk geworden na 4 jaar bezetting.

Aan alles was een gebrek.

Er waren niet genoeg kolen om te stoken.

Er was niet genoeg eten.

Er reden geen treinen meer.

Fietsen waren afgepakt door de Duitsers of hadden geen banden meer.

En voor auto’s was er geen benzine.

Nederland lag plat en men wachtte op het einde van de oorlog.

 

De winter van 1944 en 1945 was erg streng.

Het vroor weken achter elkaar.

De machinisten van de treinen staakten.

En boten mochten niet varen van de Duitsers.

Daardoor kon het voedsel niet meer naar de steden worden gebracht.

Er ontstond een tekort aan eten.

Door het gebrek aan eten werden bloembollen gegeten.

Ze waren niet lekker maar ze vulden de maag.

Bomen werden gekapt.

En hout werd gesloopt uit de leegstaande huizen van joden.

Het hout was nodig om te koken of om de huizen te verwarmen.

 

In Amsterdam en andere steden hadden de mensen honger.

Mensen gingen op zoek naar eten.

Op straat zochten kinderen eten in afvalbakken.

En volwassenen gingen lopend of op de fiets naar het platteland.

Zij gingen daar voedsel halen bij de boeren.

De volwassenen waren soms weken onderweg in de kou.

 

De winter van 1944 en 1945 wordt nu de Hongerwinter genoemd.

Meer dan 20.000 mensen stierven in de Hongerwinter.

Ze stierven van de kou en van de honger.

 

lees ook:  Hitler en Duitsland

lees ook:  het begin van de oorlog

lees ook:  de februari-staking

lees ook:  Anne Frank

lees ook:  de ster

lees ook:  het einde van de oorlog